“Pianist” test de Grand Hybrid.

Maandblad “PIANIST” testte de Casio Grand-Hybrid serie.

 

Nieuwe tijden voor Casio

 

 

 

 

Wat gebeurt er als een gerenommeerde pianobouwer als Bechstein en een keyboardreus als Casio de handen ineenslaan? Het antwoord is sinds kort op de markt in de vorm van de Casio Celviano Grand Hybrid-reeks. Een serie hybride piano’s. Inderdaad: hybride. Pianist was benieuwd: is het klinkende resultaat een kwestie van hinken op twee gedachten, of zijn Casio en Bechstein gekomen tot een fraai staaltje ‘best of both worlds’?

In de autowereld zijn ze niet meer weg te denken: hybride modellen, wagens die profiteren van de synergie van twee verschillende krachtbronnen. Een stuk minder ingebur-gerd zijn hybride piano’s. Er zijn weliswaar fabrikanten die al jaren ‘silent pianos’ leveren, akoestische instrumenten die uitgerust zijn met technieken waardoor het klavier los-gekoppeld wordt van de snaren, zodat er tot in de kleine uren geoefend kan worden zonder de buren te storen – met behoud van het vertrouwde toucher van een echt pianokla-vier. Maar de hybride noviteit van dit moment komt uit onverwachte hoek: het zijn Casio en Bechstein, die een samenwerking aangingen voor de ontwikkeling van de nieuwe Celviano Grand Hybrid-serie digitale piano’s.

 

De rechtgeaarde pianopuritein haalt er misschien bij voorbaat de neus voor op, want ‘een echte piano heeft snaren, een zangbodem, een fatsoenlijk houten klavier en karakter – digitale surrogaatmodellen hebben geen van allen’. Of ik zo’n puritein ben laat ik in het midden, maar benieuwd was ik wel. Ook omdat het merk Casio bij veel toetsenisten nog steeds zucht onder het imago van de ‘goedkope grootgrutter’ onder de keyboards en digitale piano’s. Instrumenten voor de massa, maar dan wel de massa die weinig eisen stelt aan speelcomfort, degelijkheid en klankkwa-liteit. Klinkt hard, maar dit is de onge-zouten mening uit het beroepscircuit, hoewel vaak uitgesproken door toetse-nisten die nooit eerder een modern Casio-instrument bespeelden, of bleven steken bij de Casio’s die de speelgoed-winkel in de aanbieding heeft. Bij voor-baat wist ik echter dat deze nieuwe instrumenten van een totaal andere orde moesten zijn. Dat is dan weer het voor-deel van zo’n ‘Bechstein approved’ samenwerking.

 

Casio met Bechstein-bloed?

 

U ziet het op de foto’s aan de rechter-kant, onder het klavier: een fraai plak-kaat met daarop de vermelding van de firma C. Bechstein. Je zou kunnen den-ken dat dit een lege huls is, dat er een deal is gesloten met Bechstein, om uit medelijden wat extra uiterlijk cachet te geven aan een verder gemiddelde digi-tale piano. Niets blijkt minder waar, want Werner Albrecht – ‘Klavierbau-meister’ van Bechstein – beaamt dat de Berlijnse pianobouwer als doel had om een zo verfijnd mogelijk klavier te ont-wikkelen, dat in speelgevoel vrijwel niet te onderscheiden is van een vleugel. En voor de klank van de Celviano (daar-over later meer) stelden de Duitsers met liefde een B282-vleugel ter beschikking, waarvan de klank door de Japanse programmeurs van Casio minutieus vertaald werd naar het digitale domein.

 

Hoger segment

 

Bij de importeur staan ze gebroederlijk in één ruimte: het succesvolle keyboardgamma van Casio, de beproefde Privia-serie digitale piano’s én, als pièces de résistance, de statige nieuwe Celviano Grand Hybrid-piano’s. ‘The Beginning of a New Movement’ luidt de ron-kende marketingslogan voor de serie. Voor ik aan een beproeving van de instrumenten begin, word ik door Gijs Paijmans en Toine Claesen bijgepraat. Ja, dit is ook voor hen andere koek, vergeleken met de instrumenten die Casio tot nu toe uitbracht. Met zorg zijn de afgelo-pen maanden nieuwe demonstrateurs aangetrokken en dealertrainin-gen opgezet, en nu is het zaak om het goede nieuws over te brengen aan de beoogde nieuwe klantenkring. Professionals, conservatorium-studenten, mensen die de flexibiliteit van een digitale piano willen combineren met een speelgevoel en een klavier dat niet onderdoet voor dat van een akoestisch instrument. Die groep wordt bediend met de Grand Hybrid-reeks. Instrumenten die drie hoog achter in een grachtenpand passen, zonder dat de houten vloer eronder bezwijkt. En zonder dat de pianostemmer in actie hoeft te komen, want een digitale klankbron ontstemt niet. Of toch wel: naar wens is de Celvi-ano Grand Hybrid in andere stemmingen te brengen, naar gelang uw smaak of de stijlperiode van het te spelen werk.

 

Hoe speelt het?

 

Een opengewerkt model van het Grand Hybrid-klavier schept hoge verwachtingen. Vergeleken met de mechaniek van concurrerende digitale piano’s (Roland, Yamaha) is de diepte van de toets aanzienlijk. Het uitgangspunt was om eenzelfde toetsdruk als een vleugel te bieden. De toets zelf is overigens vervaardigd van Oostenrijks sparrenhout, net als bij de piano’s van C. Bechstein. Het hout ondergaat voor deze Casio’s eenzelfde zorgvuldige droogperiode en behandeling, voordat het goed bevonden wordt voor gebruik in een instrument. Na het spelen van wat Bach-stukken (het Wohltempe-rierte Klavier bewijst nog steeds trouw dienst) plus het pakken van wat modernere voicings en passages, valt allereerst de soliditeit van het klavier op. Op geen enkel moment bekroop me het ‘plastieken’ speelgoed-gevoel, zoals dat eerder helaas weleens het geval was bij vroegere modellen uit een instapklasse. Nee, deze Grand Hybrids zijn van een andere orde. De toets-druk is prettig en de actie soepel. Alleen een speci-fieke drukpuntsimulatie, iets wat bijdraagt aan het ‘vleugelgevoel’, ontbreekt. Aan u hoe zwaar u dit laat meewegen in uw oordeel. Mijn inziens is het klavier op de Grand Hybrid-serie allesbehalve de bottleneck bij het spelen. Ik werd er niet door gehinderd. Sterker nog, en dat is hoe het moet zijn, het klavier wijst je alleen maar op je eigen tekortkomingen. Als die ene triller niet goed lukt is dat mijn eigen schuld; de mechaniek van de Grand Hybrid-serie heeft geen moeite met snelle toonladders of versieringen. Wat het klavier betreft dus een prima score.

 

Drie vleugels voor de prijs van één

 

Van klavier naar klank is bij digitale piano’s een delicaat proces. Want speel je pianissimo, dan moet dat goed geregistreerd worden door de toetssensor en ver-volgens moet de klankprocessor de bijbehorende pp-klank richting luidsprekers sturen. En niet alleen pianissimo of alleen mezzoforte, want voor een realis-tische pianosound moet het hele dynamisch bereik van een instru-ment ingeprogrammeerd worden. In deze Grand Hybrids rust de Casio AiR-klankbron, met daarbij multidimensionale ‘morphing’-technologie. Dat houdt in dat het klankverloop van fluisterzacht tot Rachmaninov-fff heel geleidelijk gaat: je hoort de overgangen tussen de verschillende ‘samples’ niet. Dat was (en is soms) het grote probleem bij digitale piano’s: door onnauwkeurig of beperkt programmeren van de pianoklank bij verschillende aan-slagniveaus, was de overgang van bijvoorbeeld mf naar f-sample duidelijk hoorbaar. En dat irriteert al snel. Het viel me direct op dat deze Casio’s daar geen last van hebben. Een verademing, want net als de soliditeit van het klavier maakt ook deze geoliede klankbron dat je je volledig kunt focussen op je spel. Qua samples is er keuze uit drie ‘hoofdklanken’. Zelf noemt Casio het de Berlin Grand, Hamburg Grand en Vienna Grand. Een beetje pianokenner­ weet dan genoeg. Mijn absolute favoriet was de Berlin Grand. Waarschijnlijk heeft Bechstein Casio extra goed geholpen bij het samplen van hun mooiste instrument, want wat een heerlijke klank! Erg expressief en rijk aan boventonen. Met een heerlijk krokant laag en glinsterend hoog. Mijn nummer twee was de Vienna Grand, bijna net zo mooi gesampled maar (misschien een kwestie van smaak) iets matter van karakter. De Hamburger kon mij niet écht bekoren, ik miste de sensatie die de Berlin Grand direct bood. Maar alleen die Berlijnse pianosample zou me al over de streep trekken. Overigens zijn de Grand Hybrids uitge-rust met extra klanken (klavecimbel, orgel, strijkers e.d.). Leuk voor ‘erbij’, maar de drie genoemde vleugels zijn toch echt waar je de Grand Hybrids voor wilt gebruiken.

 

Hoe klinkt het?

 

In de basis is het verschil in klankproductie tussen een akoestische en een digitale piano eenvoudig. Bij eerstge-noemde is het het samenspel tussen alle onderdelen, van hamers en snaren tot zangbodem en hout, dat het geluid voortbrengt. Een digitale piano is uitgerust met luidspre-kers. En daar gaat het vaak mis bij goedkopere modellen. Onderbemeten versterkers en te kleine speakers maken dat sommige instrumenten zich verslikken in stevige passages met de volumeknop op tien. Als u helemaal wilt opgaan in uw spel, is een te magere geluidsversterking een absolute domper op de feestvreugde. Maar hoe deze Casio’s klinken? Verbazingwekkend goed! Het dynamisch bereik is enorm en het is me niet gelukt om de grenzen van de versterker te bereiken. Dat lukt u ongetwijfeld, als u een van deze piano’s in de Grote Zaal van het Concertgebouw wilt bespelen, maar daar is geen enkele digitale pianoversterker voor bedoeld. In de testruimte van de importeur was in elk geval duidelijk dat deze Casio’s ook in de grootste woonkamers hun mannetje staan. De versterkermodule heeft 100 watt aan boord en dat is ruim bemeten. Maar belangrijker dan puur vermogen is de manier waarop dit wordt gebruikt. De Cel­viano­ Grand Hybrids hebben een stereo 3-weg speakersysteem aan boord. Dit houdt in dat de verschillende frequentiegebieden (bassen, middentonen en hoogste frequenties) efficiënt verdeeld wor-den over de verschillende luidsprekers. Het resultaat is hoorbaar: geen geluidssoep, maar goed gearticuleerde klanken, waarbij het laag prettig ‘drukt’ en de bovenste octaven zo helder klinken als een munt op een glasplaat. Interessant was wel het verschil in klank tus-sen de GP-500/300 en de GP-400, terwijl het op papier om dezelfde versterker en speakers gaat. De GP-400 is meer uitgesproken in het midden, iets warmer van klank. De afstraling is ook iets subtieler dan bij de GP-500/300. De klassieke pianist zou zich hier zomaar meer thuis kunnen voelen, terwijl jazz- en popmensen misschien meer vallen voor de in het laag en hoog iets meer benadrukte GP-500 en -300, waarbij de tweeters vrij direct op uw oren gericht zijn. Maar over oren gesproken: weinig is zo subjectief als ons gehoor, dus laat vooral uw eigen set oren spreken.

 

Conclusie

 

Op imagovlak zal het hier en daar nog wat gesprekken kosten om pianisten over de streep te krijgen. Waarom voor een Casio gaan, als de gevestigde orde nooit heeft teleurgesteld? Nou: omdat deze Celviano Grand Hybrids dankzij de unieke Bechstein-samenwer-king uitstekend spelen én klinken – en dat tot in lengte van dagen blijven doen. Een garantietermijn van vijf jaar is standaard, wat wel aantoont dat Casio er het volste vertrouwen in heeft. Erken-ning is er ook al: de Grand Hybrid-serie won verschillende awards tijdens toonaangevende vakbeurzen (NAMM, CES). De verkoop-prijzen zullen wennen zijn. Absoluut marktconform, maar wel even iets anders dan de Casio’s van de speelgoedwinkel. Dat is overigens wel de spijker op z’n kop: deze Grand Hybrids zijn alles-behalve speelgoed. Dit zijn ijzersterke instrumenten.

 

SANDER ZWIEP

Casio GP-500BP Grand Hybrid

 

Casio GP-300BK Grand Hybrid

Posted on by
Posted in Nieuws by Melchert van der Zwaag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *